Van Tättö Havsbad in 4 dagen naar de ‘Lady’s Slipper’

Gepost door Johanna op 16 juni 2015 in 2015, Zweden | 1 reactie


Drie dagen hebben we op camping Tättö Havsbad gestaan, genoten van de zon en het water. Loftahammar en omgeving is prachtig en nog niet ontdekt door Nederlanders, wij zijn tot nog toe de enigen. Wel ‘heul veul Duutsers’.

’s Middags binnendoor weggetjes gereden naar Valdemarsvik-hamn en daar kwamen we een aantal Zweden tegen die hun mast op de boot moesten zetten. De redder in nood? Ronald! Zo grappig, hij weet gewoon alles van boten. Misschien toch de camper over een paar jaar terzijde schuiven en het ruime sop kiezen…..

Na deze hele klus van zeker 45 minuten met de camper nog een stukje verder gereden in een heel rustig tempo van zo’n 30 km/uur. Al die onverharde weggetjes met kuilen kunnen niet met hogere snelheden door onze camper genomen worden, maar mooi dat het is!

Dan is het uitkijken geblazen naar een plek waar we kunnen overnachten, nu wat lastiger dan anders, want geen natuurreservaten in de buurt met een P-plek. Dan komen we de ruïne Stegeborg tegen met een haventje en zowaar een camperplek-grasveld. Prachtig uitzicht weer op water en bootjes.

Voor 150 Zweedse kronen zijn wij weer een nacht ‘onder de pannen’. Morgen met het pontje overvaren, de weg houdt hier namelijk gewoon op 😉

De volgende dag, zaterdag 13 juni, nog steeds blauwe luchten en 25 graden, met 3 pontjes overgevaren, over de Slätbaken, de Bråviken en het Himmerfjord vlak onder Stockholm.  Allemaal gratis overtochten, dat was in Noorwegen wel anders, daar moesten we telkens dokken bij een pont. Zo’n 160 km gereden, bijna allemaal kleine weggetjes.

Bij het Tornbergets natuurreservaat neergestreken op de piepkleine P-plek. Daar dachten we eventjes de Tornberget te beklimmen, maar het bleek een ‘Slingan’ te zijn: een rondwandeling dus van 6 km….. Daar kwamen we halverwege achter toen het al tegen zessen liep. In Zweden kun je ook ‘niet eventjes wandelen’. Gelukkig blijft het lang licht, toch wat harder geklauterd dan anders, want wolken pakten zich samen boven ons hoofd.

In de nacht en ochtend flinke miezerbuien gehad, maar toen we Tyresta NP, 20 km zuidelijk van Stockholm hadden bereikt (na een half uur zoeken, want stond spaarzaam aangegeven) werd het al aangenamer buiten.  We kwamen van zon zee en blauwe luchten in een groen en donker oerbos terecht.

Maar wel lekker daar gewandeld, de Hällmarksslingan van 5 km. In Nederland zou je die zo binnen een klein uurtje hebben gewandeld, maar in Zweden gaat alles op en af, van de ene glibbersteen naar de andere glibberboomwortel. Dat maakt het extra leuk. Tyresta is het 10e nationale Zweedse park welke we nu hebben  bezocht.

En de volgende kwam al weer in zicht, hiervoor moesten we dwars door Stockholm rijden, voor een gedeelte ondergronds. Wat een machtige stad is het ook! We hebben deze met Laurens al eens bezocht, de ‘Gamla Stad’. En volgens Laurens daar de lekkerste pizza ooit gegeten.

Nu gaan we er dus doorheen op weg naar het volgende Nationale park: Ängsö. Dit is ook een eiland, net als de Blå Jungfru bij Öland. Moeten we weer op een boot, Bah! 🙂

Maar nu weer eens lekker douchen, de camper van afvalwater ontdoen en van schoon water voorzien. Dit op de lelijkste camping die we tot nog toe hebben gezien, het dichts bij Ängsö NP: de stadscamping van Norrtälje. Volgens de ‘hardrockuitziendemetsikje’ campingeigenaar konden we makkelijk de borden volgen, de auto op de P-plek parkeren en zo naar het eiland overvaren.

Tja, wij hadden het best kunnen weten. Zo gemakkelijk gaat dat allemaal niet in Zweden, niet zomaar ‘bootje-varen-theetje-drinken’ en ‘varen-we-naar-de-overkant’…

Nergens een verwijzing naar het Nationale Park, terwijl in de folder toch echt staat dat het een druk bezocht eiland is? Na een uurtje rijden zien we het eiland in de verte liggen, met een groot stuk water tussen ons in. Dan maar terug naar Norrtälje, en de ‘Tourist-I’ bezoeken.

En daar blijkt dat het vaarseizoen naar Ängsö net vandaag maandag de 15e juni is begonnen vanwege de bloemenweelde die er nu moet bloeien! Er gaan maar sporadisch boten naar het eiland, zaterdag zou de handigste optie zijn. Zaterdag!? Dan willen we al bij Haparanda zijn!

Dan hebben we nog 2 opties, een boottaxi huren (erg duur) of met lokale veerdiensten mee, maar dan moeten we zowel heen en terug wel overstappen van het ene bootje op het andere. Er is maar 1 tijdstip op de heenweg en ook maar 1 tijdstip op de terugweg naar het vasteland om op te stappen. Als we die laatste missen zitten we tot zaterdag in de bloemenpracht van het eiland. Zonder voorzieningen…

We kiezen voor het laatste, die optie is ook het leukste, een hele boottocht door de scherenarchipel van Södra en Mellersta (Zuid en Midden) Roslagen. Met als toetje weer een nationaal park mogen bezoeken.

We overnachten op een klein parkeerplaatsje van het natuurreservaat ‘Malmsjön’, waar we nietsvermoedend erachter komen dat hier een heel bijzondere orchidee in bloei staat. Een lokale bezoeker roept “Have you seen it?” “What?”, “ The rare Orchid offcourse”. “Oh thanks for the tip”. En zo zien we de ‘Lady’s Slipper’ in al haar glorie.

Kaart bekijken?

Klik voor een grote kaart met al onze overnachtingsplekken

Kaart bekijken?

Op deze pagina staat een grote kaart, waar je kunt zien waar we allemaal overnacht hebben.

Onder iedere markering staat weer een link naar het bijbehorende blogje; zo kun je ook door onze hele reis heen via de kaart.

Reacties

reacties

1 reactie

  1. Wat een prachtig verhaal weer. Dat jullie genieten is overduidelijk. Houden zo!!

    Schrijf een antwoord

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Pin It on Pinterest

Share This